Problemen constructieve veiligheid voor gevelbekleding.
Ontstaan;
- Voorjaar 2005 valt er spontaan gevelbekleding van gebouwen. ( Hilton Rotterdam, Rabobank Rotterdam, Winkel Sneek en Flatgebouw Sittard)
- Veel media aandacht en verontrusting door aanzienlijk risico op letsel voor gebruikers en passanten.
Aanleiding voor de "Onderzoeksraad voor Ongevallen" (bekend door Mr. Pieter van Vollenhoven) voor een officieel onderzoek. Tijdens dit onderzoek zijn er in de zomer van 2006 opnieuw twee voorvallen met vallende gevelbekledingen, die de noodzaak van onderzoek onderstrepen.
Algemene constateringen Onderzoeksraad;
- Ontwerpfase:
onvoldoende toepassing van duurzame materialen, nadrukkelijk sturing op prijs in plaats van kwaliteit. - Bouwfase:
Onjuiste toepassing c.q. uitvoering en gebrekkig kwaliteitstoezicht en borging. - Gebruiksfase:
Ontbreken van een integraal onderhoudsbeleid in de vorm van bijvoorbeeld periodieke inspecties. In de gebruiksfase wel de expliciete verantwoordelijkheid van de vastgoed eigenaar.
Volgens de Onderzoeksraad liggen de volgende oorzaken hieraan ten grondslag;
- Ontbreken coördinatie bij ontwerp en uitvoering.
- Gebrek aan voldoende expertise /mankracht bij de kwalitatieve beoordeling van de bouwaanvragen door de vergunningverlener (Bouw en woningtoezicht)
- Onvoldoende kwaliteitsborging op de bouwplaats tijdens de uitvoering.
- Onbekendheid omtrent de referentieperiode van 50 jaar bij de eigenaar en diens verantwoordelijkheid erop toe te zien dat tijdens en na het verstrijken van de referentie periode de constructieve veiligheid gewaarborgd dient te blijven.
Concrete aanbevelingen vanuit de rapportage door de Onderzoeksraad aan de Minister van VROM;
(deze hebben een dringende werking en zijn voor de Minister geen vrijblijvende aangelegenheid, een en ander dient te worden omgezet in concreet beleid)
- Per project een verantwoordelijk coördinator voor de constructieve veiligheid.
- Expliciete kwaliteitsborging inbouwen in bouwvergunning aanvraag traject en inbouwen van periodieke inspecties tijdens gebruiksfase.
- NEN-norm uitbreiden met betrouwbaarheidsindex voor gevelbekledingen. Tevens inbouwen van een effectief inspectie- c.q. onderhoudssysteem t.b.v. het waarborgen van de constructieve veiligheid gedurende de referentieperiode en de periode daarna.
- Bouwsector dient een centraal register op te stellen waarin de voorvallen worden opgenomen waarbij de constructieve veiligheid in het geding is.
Ten aanzien van dit laatste punt heeft een opgestart sectorinitiatief ertoe geleid dat inmiddels door de centrale registratie een genuanceerd beeld ontstaat ten aanzien van de voorvallen, een en ander onder het begrip "leren van instortingen".
Nadere analyse door TNO naar aanleiding van recente schades toont aan dat gevelschades het meest voorkomen bij zowel metselwerk alsook bij gevelpanelen bij grote gebouwen.
In het bijzonder betreft het hier metselwerkgevels die zich in de eindfase van hun 50 jarige referentieperiode bevinden.
Als oorzaken zijn hier aan te geven;
- Slechte conditie van de aangetaste spouwankers.
- Onvoldoende functionerende dilataties.
- Onvoldoende, of in slechte staat verkerende verankeringen.
Constructieve veiligheid komt hier serieus in het geding, met alle risico's van dien. Een bewijs hiervan zijn de diverse instortingen van metselwerkgevels in het afgelopen jaar 2009 ( zie ook artikel in "Gevelbouw" oktober 2009 ). Diverse marktpartijen vragen om aandacht voor dit latent aanwezige probleem, hetgeen zich pas manifesteert als het te laat is en er een geveldeel instort!
